Nederlandse Familienamenbank

Naam 
Lucas
< Luca

kenmerken:
patroniem
andere taal

Veel voornamen die aan de basis van patroniemen liggen worden verklaard in de
Nederlandse Voornamenbank

specifieke componenten:

geen affix

andere taal

Met dit kenmerk worden de niet-Nederlandse namen in ongewijzigde vorm geïdentificeerd, zoals Müller, Lahaye, Smith, Grandia, Pirovano, Tan, Tot, Ovaa, Mac Lean, Tito, Stahlie en Laghuwitz.
We kunnen constateren dat Nederland een immigratieland bij uitstek is. Niet alleen na de Tweede Wereldoorlog is het aantal verschillende namen verdubbeld dankzij de aanwas van namen met een anderstalige oorsprong, maar ook in de jaren en eeuwen daarvoor hebben vele mensen van elders hier een thuis of heenkomen gevonden. De namenvoorraad bij de volkstelling van 1947 laat dat eenvoudig zien: van de 100.000 namen die daarvan in deze databank zijn verwerkt zijn er meer dan 25.000 van buitenlandse oorsprong. Hiervan zijn er 22.000 in 'originele staat' of volgens geldende transcriptieregels in het Nederlandse namencorpus opgenomen en 3000 namen zijn geadapteerd, dat wil zeggen dat deze namen van vóór de invoering van de burgerlijke stand dateren, toen zij nog een proces van verandering konden ondergaan en aan het Nederlandse spellingssysteem werden aangepast (bijvoorbeeld: Wetselaar < Wezlar, Caljouw < Cailloux, Brus < Bruce). Zij hebben in de familienamenbank het kenmerk 'adaptatie'.
Overigens kunnen ook namen die niet zijn geadapteerd al eeuwen in het gebied dat nu Nederland is gevestigd zijn. Bovendien is het mogelijk dat een naamvorm zowel van buitenlandse als van Nederlandse origine kan zijn als bijvoorbeeld oude spellingsvormen overeenkomen. Vergelijk de naam Smith. Dat is de meest voorkomende naam in Engeland en Amerika, maar in Nederland kan deze naamvorm toch ook inheems zijn. Dat wil zeggen dat hij hier kan zijn ontstaan in een spellingsvorm, die aan de standaardspelling 'smid' voorafging en nog steeds door deze naamvorm wordt gerepresenteerd.
Aangezien in het verleden de meeste immigranten uit Duitsland kwamen is het niet verwonderlijk dat de Duitse namen het sterkst vertegenwoordigd zijn; het zijn voornamelijk beroepsnamen: Scheffer, Schmidt, Schmitz, Weber, Koch, Schröder, Müller, Schneider, Fischer, Metz, Keller, Braun, Kuster, Pieper, Wagner etcetera. Zij krijgen in de familienaam overigens het kenmerk 'Duitse naam' mee en via de onderliggende tekst wordt men op specifieke informatie geattendeerd.
Daarna komen de Franse namen: Martin, Moret, Lahaije en Lahaye (al kan men zeggen dat de ij een aanpassing is aan het Nederlandse systeem), Dubois, Toussaint, Michel, Lafeber, Caron, Collet, Jumelet. Zij worden bestempeld met het kenmerk 'Franse naam'.
De meest voorkomende namen van Nederlanders die niet in Nederland zijn geboren anno 2007 zijn: Nguyen (Vietnam); Martina (Nederlandse Antillen, Aruba); Yilmaz (Turkije); Kaya (Turkije); Yildiz (Turkije); Martis (Nederlandse Antillen); Yildirim (Turkije); Maduro (Nederlandse Antillen); Mohamed (Somalië, Egypte, Irak, Suriname, Ethiopië); Singh (India); Chen (China); Demir (Turkije); Sahin (Turkije); Ali (Somalië, Irak, Pakistan); Aydin (Turkije); Öztürk (Turkije); Hu (China); Özdemir (Turkije); Tran (Vietnam); Çelik (Turkije); Ahmed (Somalië, Irak, Pakistan, Egypte); Wong (Hongkong, China, Suriname); Cheung (Hongkong, China); Pinas (Suriname).
Naamgroepen van niet-Nederlandse origine zijn verder gedifferentieerd als 'Turkse naam', 'Marokkaanse naam', 'Chinese naam'. Tevens zijn namen met een specifieke Joodse geschiedenis ontsloten met het kenmerk 'Joodse naam', terwijl de koloniale geschiedenis zich naamkundig uit in de kenmerken 'Indische naam', 'Molukse naam', 'Surinaamse naam' en 'Antilliaanse naam'. Meer bevolkings- of taalgroepen die in Nederland vertegenwoordigd zijn, zullen terzijnertijd eveneens apart belicht worden.

• [Maarten van Bourgondiën, 'Immigratie', CBG Centrum voor familiegeschiedenis --- https://cbg.nl/kennis/themas/immigratie/].
• Met de Nederlandse Familienamenbank beschikken we momenteel over twee overzichtsjaren voor de verhouding tussen familienamen en naamdragers: 1947 en 2007. In 1947 waren er ongeveer 120.000 namen voor negeneneenhalf miljoen ingezetenen van Nederland, in 2007 waren er ongeveer 300.000 namen voor zestien miljoen Nederlanders in ons land. Het is moeilijk om te bepalen hoeveel namen er in 1947 van niet-nederlandstalige oorsprong waren. Met een ruwe schatting houd ik het op 40.000 à 60.000, waarbij meegerekend zijn namen die tevens een Nederlandse oorsprong (kunnen) hebben en uiteraard namen die vernederlandst zijn. Maar het ontbreekt eenvoudigweg nog aan voldoende genealogische input waaruit blijkt waar en hoe zovele namen ontstaan en gevormd zijn. We kunnen echter gemakkelijk waarnemen dat met de naoorlogse aanwas de meeste namen in Nederland van over de grens zijn [Brouwer-2012, p 156-169].
• Wie kwamen naar Nederland? De omvang van de immigratie was in de negentiende eeuw beperkt vergeleken met de daaraan voorafgaande eeuwen. In het midden van de negentiende eeuw was het percentage van de bevolking dat in het buitenland was geboren ongeveer twee procent; in de achttiende eeuw was dit zes procent. In de tweede helft van de negentiende eeuw daalde het percentage onder de twee. Er waren toen 50.000 tot 60.000 geregistreerde vreemdelingen in Nederland. Het percentage bleef laag tot de laatste helft van de twintigste eeuw en steeg naar vijf procent omstreeks 1990. In het algemeen gold dat het aantal vreemdelingen in de steden verhoudingsgewijs groter was dan op het platteland. Naast verschuivingen in de percentages en aantallen waren er verschuivingen in de samenstelling van de groep immigranten. De verhouding tussen het aantal vluchtelingen en het aantal niet-vluchtelingen veranderde. Het onderscheid tussen vluchtelingen en niet-vluchtelingen is gedeeltelijk kunstmatig. Het aantal vluchtelingen werd beïnvloed door de mogelijkheden om als economische immigrant Nederland binnen te komen.
In de negentiende eeuw waren Duitse immigranten de belangrijkste groep vreemdelingen in Nederland. Zij bleven de grootste groep tot de komst van gastarbeiders na de Tweede Wereldoorlog. In de twintigste eeuw waren er enkele afzonderlijke getalsmatig belangrijke groepen nieuwkomers. De bezetting van België tijdens de Eerste Wereldoorlog leidde tot de komst van Belgische vluchtelingen. Reeds in oktober 1914 werden 340.000 Belgen opgevangen door particulieren en in kampen. In de jaren twintig zochten Duitse dienstmeisjes massaal in Nederland werk in een poging om aan problemen in hun vaderland te ontsnappen die een gevolg waren van de enorme inflatie. In totaal kwamen er in het Interbellum 175.000 Duitse vrouwen naar Nederland om als dienstbode te werken. Het antisemitisme in Oost-Europa bracht toen ook 10.000 joodse vluchtelingen naar Nederland. Zij werden in de jaren dertig gevolgd door 20.000 joodse en 7.000 niet-joodse vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk. Na de Tweede Wereldoorlog bleven ongeveer 3.000, vooral Poolse militairen die onderdeel hadden uitgemaakt van het bevrijdingsleger in Nederland achter vanwege de politieke omwentelingen in hun geboorteland.
Na de Tweede Wereldoorlog nam de migratie uit de (voormalige) Nederlandse koloniën sterk toe, voornamelijk uit Nederlands-Indië. Na de onafhankelijkheid van Indonesië kwamen ongeveer 400.000 mensen uit dat land naar Nederland. Na 1951 werden 12.500 Molukkers 'tijdelijk' naar Nederland gebracht. In 1956 kwamen, na het mislukken van de Hongaarse opstand, enkele duizenden Hongaren, gevolgd door Tsjechische vluchtelingen die hun land verlieten toen de Praagse lente niet werd gevolgd door een zomer. In de jaren zestig werden gastarbeiders actief geworven in landen rond de Middellandse Zee. In de decennia daarna zouden Turken en Marokkanen, na Surinamers, de grootste groep immigranten in Nederland vormen. Rondom de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 kwamen veel Surinamers naar Nederland. In 1990 woonden er in Nederland 237.000 mensen van Surinaamse herkomst. Het aantal immigranten uit de Nederlandse Antillen was in 1990 84.000. In de jaren 1979 tot 1982 vroegen 6.000 Vietnamezen asiel.
In 1994 werden er in totaal 52.000 asielverzoeken ingediend vooral door mensen uit Iran, Irak, Sri Lanka, Ethiopië, Somalië en voormalig Joegoslavië. In dat jaar werden 31.185 vreemdelingen uit Nederland verwijderd, onder wie 13.293 asielzoekers. Nieuw is dat sedert 1985 asielzoekers zich niet meer vrij overal in Nederland mogen vestigen. Dit leidde tot de oprichting van asielzoekerscentra.
De aard van de migratie veranderde ook in de loop der jaren. Tot omstreeks 1900 kwam een groot aantal migranten elk seizoen naar Nederland als trekarbeider of trekhandelaar. Zij keerden merendeels in de wintermaanden terug naar hun geboorteland. Aan het einde van de negentiende eeuw verdween deze seizoenmigratie vrijwel geheel. Migranten kwamen nog als van ouds vaak met de bedoeling tijdelijk te blijven, zoals de gastarbeiders van de jaren zestig van de twintigste eeuw, maar die eventuele terugkeer was niet meer aan een seizoen gebonden [Corrie van Eijl & Marlou Schrover, 'Inleiding', in: Broncommentaren 5: Bronnen betreffende de registratie van vreemdelingen in Nederland in de negentiende en twintigste eeuw, Den Haag (Instituut voor Nederlandse Geschiedenis) 2002].
• Immigrant surnames The formation of the new Dutch Republic (the United Provinces) in the late 16th century ushered in a "Golden age" of Dutch prosperity that attracted countless migrants fleeing political and religious persecution and economic poverty. Its cities, such as Amsterdam, Rotterdam, Haarlem, and Leiden, grew immensely wealthy and remarkably diverse in their populations. Newcomers over the following three centuries included Sephardic Jews from Spain and Portugal, French Huguenots, Walloon Protestants, English Puritans (emigrating to Leiden, for example, where the Separatists or "Pilgrim Fathers" first settled, before emigrating to America), Scottish and Swiss soldiers, seasonal workers from Westphalia, Scandinavian craftsmen, and Ashkenazic Jews. They had a considerable impact on the range and character of Dutch surnames, which in their turn often affected the linguistic form of the newcomers' own names.
Dutch names in Van are indigenous to the Netherlands but they were joined by a substantial number of habitational names from towns in Westphalia, such as Van Zanten/Van Santen/Xanten, Van Kleef (Cleve), Van Keulen (Cologne), Van Aken (Aachen), Van Duren, Van Wezel (Wesel), Van Meurs (Moers), and Van Gulik. They show the attraction of the 'Far West' to many North German immigrants. German habitational names in -er are similarly represented in Bremer ('man from Bremen'), Oldenburger, and Hamburger, all from North Germany, but names like this were also formed in Dutch and may have been coined in the Netherlands. The name Gulikers, variant of Van Gulik, is certainly the result of a Dutch naming process, because the German name is Jülicher, from Jülich in Westphalia, while Gulik is its Dutch form. In America Van Gulick evolved into Gulick without the preposition, which form was also phonetically altered to Hulick.
Foreign surnames were adapted to Dutch equivalents on a wide scale. German names such as Müller, Schmidt, and Schneider simply became Muller, Smit, and Snijder (Snyder). Syncopation is a regular source of etymological obscuration. In Leiden, for example, Sloos is a Dutch alteration of the northern French surname Selosse, itself perhaps a dialect pronunciation of Old French gelos 'keen, zealous, avaricious, jealous (in love)'.
Syncopation, loss of initial H-, and pronunciation of -ier as -ee has apparently turned Honvillier into Onvlee. Since the first known bearer of this name in Leiden came from Luxembourg, his surname probably denoted an inhabitant of Honville (in Wallonia). The Walloon name Charlier, itself a reduced form of French Charrelier ('cartwright') has been altered to Selier, and Bellanger (a French patronymic from an alternative pronunciation of Berenger) has developed variants such as Blangé, Blansjee, Planje, Planjé, and Plantjé. The Leiden family name Sierat seems to be either a pronunciation of French Gérard (Gerard), or it might be a habitational name from Sirault in Hainault. The family name Sieraad in nearby Haarlem is probably another variant, which is perhaps an instance of folk etymology, since it is misleadingly spelled exactly like the Dutch word for 'jewelry'.
Not only in Leiden but in all the Dutch cities where migrants settled, folk etymology has played a major role in transforming foreign surnames into something intelligible in Dutch, even if the apparent sense is implausible. Take for example the German habitational name Willauer ('man from Willau' in the Rhineland). It is known in this form in America but in the Netherlands it was reinvented as Wielhouwer, as though it were Dutch for 'hewer of wheels' (an unconvincing occupation in any language). A soldier from a Scottish regiment named Abercrombie, who settled in the Netherlands, has descendants with the names Abercrombie, Aberkrom, and Apekrom, the latter of which gives the bizarre impression that the surname should be interpreted as krom als een aap 'crooked as a monkey'. The French family name Picard denoted an inhabitant of Picardy but in one family that moved to the Netherlands it has been turned into Piekhaar, as if it were a nickname for a punk with spiked hair. Another branch of that family bears the name Pikhaar 'prick hair'. One of them was allowed to change his name legally into Pinkhaar (pink means 'little finger')
[Leendert Brouwer & Peter McClure, 'Dutch family names', in: DAFN (preface of the revised second edition of the Dictionary of American Family Names, edited by Patrick Hanks, to be published by Oxford University Press in 2022 --- https://www.cbgfamilienamen.nl/nfb/documenten/DAFN%202,%20ESSAY,%20Dutch%20names.pdf)].

afkortingen en bibliografische notaties: